Statuten

Hieronder vind u de tekst van de statuten van DPHCN zoals in concept vastgesteld op de oprichtingsvergadering d.d. 02 juli 2014

STATUTEN

Naam, vestigingsplaats en duur

Artikel 1

  1. De vereniging draagt de naam:  Drentsche Patrijshonden Club Nederland (DPHCN).
  2. Zij is gevestigd te Bennekom gemeente Ede .
  3. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan.

Doel en middelen

Artikel 2

  1. De vereniging heeft ten doel:
  2. de instandhouding en verbetering van  de Drentsche Patrijshond, zijn karakter, jachteigenschappen en verschijning, als omschreven in de rasstandaard van het genoemde ras door de Fédération Cynologique Internationale (de FCI);
  3. bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden en het voorkomen en het bestrijden van erfelijke en/of andere gebreken binnen deze rassen;
  4. het bevorderen van het contact tussen fokkers, eigenaren, jagers, voorjagers en andere liefhebbers van dit ras.
  5. Zij tracht dit doel te bereiken door:
  6. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen;
  7. het organiseren van trainingen, cursussen en examens;
  8. het organiseren van tentoonstellingen, clubmatches;
  9. het organiseren van veldwedstrijden als bedoeld in het Algemeen

Veldwedstrijd Reglement;

  1. het organiseren van jachthondenproeven, aanlegtesten en overige wedstrijden op het gebied van het werken met de honden en andere activiteiten, die bevorderlijk zijn voor de doelstellingen van de
  2. vereniging;

  3. het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken en
  4. opvoeden van de Drentsche Patrijshond;

  5. het opstellen van plannen ter bevordering van de gezondheid van de
  6. tot dit ras behorende honden alsmede bestrijding van erfelijke en/of andere gebreken binnen deze rassen en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen;

  7.  het registreren van uitslagen van onderzoeken van de tot dit ras behorende honden betreffende de aanwezigheid van erfelijk bepaalde afwijkingen alsmede van de mogelijkheid van het doorgeven van de aanleg daarvoor aan nakomelingen, een en ander met het doel, ten behoeve van een verantwoorde fokkerij van de Drentsche Patrijshond, gegevens uit deze registratie aan derden te verstrekken en te publiceren;
  8.  het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;
  9.  het stimuleren van het in stand houden van een bevoegd
  10. keurmeestercorps;

    1.  het uitgeven van een nieuwsbrief of een clubblad;
    2.  al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor

    zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de wet, de statuten, de reglementen en de wettige besluiten van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen:

    “de Raad van Beheer”.

    Verhouding tot de Raad van Beheer

    Artikel 3

    1. De vereniging ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
    2. De vereniging aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
    3. Omdat de vereniging, als lid van de Raad van Beheer, onderworpen is aan de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten, zijn de leden van de vereniging tot hetzelfde gehouden.
    4. De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

    Verenigingsjaar

    Artikel 4

    Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

    Leden en donateurs

    Artikel 5

    De vereniging kent:

    1. gewone leden;
    2. gezinsleden;
    3. jeugdleden;
    4. ereleden;
    5. donateurs.

    Gewone leden

    Artikel 6

    1. Gewone leden zijn natuurlijke personen, die de leeftijd van achttien (18) jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
    2. Gewone leden hebben alle rechten en plichten, die de wet en deze statuten aan leden toekennen en/of opleggen.

    Gezinsleden

    Artikel 7

    1. Gezinsleden zijn natuurlijke personen, die de leeftijd van achttien (18) jaar hebben bereikt, behoren tot het gezin of de huishouding van een gewoon lid, woonachtig zijn op hetzelfde postadres als dat lid en als zodanig toegelaten.
    2. Gezinsleden hebben alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en plichten, doch zij ontvanger geen nieuwsbrief of clubblad en betalen een verminderde contributie
    3. Een gezinslid wordt van rechtswege gewoon lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar, waarin het gewone lid tot wiens gezin of huishouding hij/zij behoort ophoudt gewoon lid te zijn. Indien een gezinslid genoemd gezin of huishouding verlaat kan het bestuur -al dan niet op verzoek – het gezinslidmaatschap in een gewoon lidmaatschap omzetten.

    Jeugdleden

    Artikel 8

    1. Jeugdleden zijn natuurlijke personen, die de leeftijd van achttien (18) jaar nog niet hebben bereikt, en als zodanig zijn toegelaten.
    2. Jeugdleden kunnen slechts worden toegelaten met schriftelijke toestemming van een ouder of voogd.
    3. Jeugdleden hebben het recht vergaderingen bij te wonen doch hebben geen stemrecht en kunnen niet tot bestuurslid of erelid worden benoemd. Zij betalen een verminderde contributie doch ontvangen wel een nieuwsbrief of clubblad
    4. Een jeugdlid wordt van rechtswege gewoon lid of gezinslid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar, waarin hij/zij de leeftijd van achttien (18) jaar heeft bereikt.

    Ereleden

    Artikel 9

    1. Ereleden zijn natuurlijke personen, die zich voor de vereniging of ras buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en als zodanig zijn benoemd.
    2. Ereleden worden door de Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien (10) stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen. Zij hebben stemrecht en betalen geen contributie.
    3. Indien een gewoon lid of gezinslid tot erelid wordt benoemd houdt hij met ingang van de dag volgende op die van de aanvaarding van zijn benoeming op gewoon lid of gezinslid te zijn.

    Donateurs

    Artikel 10

    1. Donateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen, die de vereniging steunen met een jaarlijkse bijdrage of gift ineens, en als zodanig zijn toegelaten.
    2. Donateurs hebben geen stemrecht en kunnen niet tot bestuurslid of erelid worden benoemd. Ze hebben het recht om de vergaderingen bij te wonen. Zij kunnen het bestuur desgevraagd van advies dienen.
    3. Het bestuur beslist over de toelating van donateurs. Bij weigering van de toelating door het bestuur is artikel 11, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
    4. Het donateurschap vangt aan met de dag volgende op die van de toelating.

    Toelating van leden

    Artikel 11

    1. Het bestuur beslist over de toelating van gewone leden, gezinsleden en jeugdleden, nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
    2. Zij die door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd, kunnen door het bestuur als lid worden geweigerd.
    3. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee (2) maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee (2) maanden voor het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.
    4. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staan daartegen binnen één (1) maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.

    Aanvang van het lidmaatschap

    Artikel 12

    1. Het lidmaatschap van gewone leden, gezinsleden en jeugdleden vangt aan met de dag volgend op hun toelating, onverminderd het bepaalde in artikel 7, derde lid, en artikel 8, vierde lid.
    2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

    Einde van het lidmaatschap

    Artikel 13

    Het lidmaatschap eindigt:

    1. door het overlijden van het lid;
    2. door opzegging door het lid;
    3. door opzegging door de vereniging;
    4. door ontzetting.

    Opzegging door het lid

    Artikel 14

    1. Opzegging door het lid dient schriftelijk te geschieden aan het bestuur.
    2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen.
    3. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.

    Opzegging door de vereniging

    Artikel 15

    1. Opzegging door de vereniging is mogelijk indien:
    2. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt:
    3. aan het lid door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;
    4. van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    5. De opzegging geschiedt door het bestuur.
    6. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende één (1) maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
    7. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van
      redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
    8. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen één (1) maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoeld mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren. Indien het lid in beroep gaat, is het bestuur gehouden dit beroep uiterlijk te behandelen op de eerstvolgende Algemene Vergadering.
    9. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen. Deze schriftelijke mededeling wordt door het bestuur verzonden binnen één (1) week na de Algemene Vergadering, waarin het beroep is verworpen.
    10. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.

    Ontzetting

    Artikel 16

    1. Ontzetting is alleen mogelijk indien:
    2. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
    3. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
    4. De ontzetting geschiedt door het bestuur.
    5. Artikel 15, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

    Organen

    Artikel 17

    De vereniging kent:

    1. een bestuur;
    2. een Algemene Vergadering;
    3. een kascommissie.

    Samenstelling bestuur

    Artikel 18

    1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie (3) en ten hoogste ( 5) personen. De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit gewone leden, de gezinsleden en de ereleden benoemd. Het bestuur bestaat altijd uit een oneven aantal leden.
    2. Degene aan wie door het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar. De Algemene Vergadering kan bepalen dat leden die door voormeld college zijn veroordeeld waarbij een andere straf is opgelegd dan diskwalificatie van zijn persoon, niet benoembaar zijn tot bestuurslid. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen, in casu bij welke opgelegde straffen en met inachtneming van de daarbij geldende verjaringstermijnen, betrokkenen niet als bestuurslid kunnen worden benoemd.
    3. De voorzitter wordt door de Algemene Vergadering in functie benoemd.

    Voordrachten

    Artikel 19

    1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meerdere niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid van dit artikel.
    2. Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
    3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien (10) stemgerechtigde leden bevoegd.
    4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien (10) of meer stemgerechtigde leden moet ten minste drie (3) weken voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. Deze voordracht wordt door het bestuur ten minste twee (2) weken voor de vergadering aan de leden schriftelijk meegedeeld.
    5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
    6. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Vergadering voor de vervulling van die vacature vrij in haar keus.

    Einde bestuurslidmaatschap

    Artikel 20

    1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    2. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
    3. door periodieke aftreding;
    4. door bedanken als bestuurslid;
    5. door ontslag als bedoeld in artikel 22, eerste lid;
    6. door oplegging van een straf door het Tuchtcollege voor de Kynologie;
    7. nadat een bestuurslid een aaneengesloten periode van acht (8) jaar

    bestuurslid is geweest, op de eerste maand opvolgend aan de maand dat het bestuurslid acht (8) jaar bestuurslid is geweest.

    1. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b, aan het einde van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde Algemene Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c, eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankend bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.
    2. Indien een bestuurslid is geschorst, eindigt het bestuurslidmaatschap gedurende de periode van schorsing.

    Periodieke aftreding

    Artikel 21

    1. leder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering één of twee bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
    2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:

    a.  ieder bestuurslid uiterlijk vier (4) jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee (2) opvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen;

    b.  de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar nooit gelijktijdig aftreden;

    c.  zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.

    1. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd,met dien verstande dat het bestuurslid dat aftreedt vanwege het feit dat deze reeds acht (8) aaneengesloten jaren bestuurslid is geweest, eerst herbenoembaar is na het verstrijken van een periode van twee (2) jaar na aftreden.

    Schorsing en ontslag

    Artikel 22

    1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
    2. Een schorsing die niet binnen drie (3) maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
    3. Ter zake van een besluit tot schorsing of ontslag van een bestuurslid besluit de Algemene Vergadering met een meerderheid van twee/derde (2/3e) van de ter vergadering geldig uitgebrachte stemmen.

    Vervulling tussentijdse vacatures

    Artikel 23

    1. Indien in het bestuur één of meerdere vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
    2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats(en) in het bestuur voor de eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden kleiner is dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering te beleggen ter voorziening in die vacatures.

    Bestuursfuncties

    Artikel 24

    1. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar;
    2. Het bestuur voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het eerste lid van dit artikel niet van toepassing.

    Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van

    Bestuursleden

    Artikel 25

    1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
    2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bewaring van registergoederen.
    3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar meer dan tien (10)  procent ongunstiger zou worden dan in de begroting werd voorzien.
    4. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft, die tot de werkkring van twee (2) of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

    Besluitvorming bestuur

    Artikel 26

    1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.
    2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft (1/2e) van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die naar het oordeel van de voorzitter geen uitstel gedogen.
    3. Het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit is, voor zover het een niet-schriftelijk vastgelegd voorstel betreft, beslissend.

    Mandatering en delegatie van bestuurstaken en bevoegdheden

    Artikel 27

    1. Het bestuur kan de uitvoering of uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven.
    2. Het bestuur kan de uitvoering of uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie, waarin ten minste één (1) bestuurslid zitting heeft. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
    3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 43.
    4. Bij mandatering en delegatie aan één of meerdere bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.
    5. De commissies brengen ten minste één (1) keer per jaar verslag uit aan het bestuur, of zo vaak het bestuur dit nodig acht.

    Vertegenwoordiging

    Artikel 28

    1. De bevoegdheid om de vereniging te vertegenwoordigen, komt toe aan:

    a.   het bestuur;

    1. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
    2. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
    3. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
    4. een daartoe in voorkomende gevallen door het bestuur specifiek, schriftelijk gevolmachtigde persoon.

    Geldmiddelen

    Artikel 29

    De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

    1. contributies en entreegelden;
    2. donaties;
    3. inschrijf-, entree- en cursusgelden voor activiteiten van de vereniging;
    4. schenkingen, legaten en erfstellingen;
    5. overige baten.

    Contributie

    Artikel 30

    1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.
    2. Het bedrag van gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van gewone leden. Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.
    3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd en treden in werking bij aanvang van het nieuwe verenigingsjaar.
    4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
    5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaald termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

    Begroting

    Artikel 31

    1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven voor ter vaststelling op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.
    2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden en de jeugdleden ten minste drie (3) weken vóór de Algemene Vergadering toegezonden.
    3. Indien de begroting niet wordt vastgesteld vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste een/twaalfde (1/12e) gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting.

    Jaarverslag

    Artikel 32

    1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerstvolgende jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
    2. Het jaarverslag wordt door het bestuur besproken en door de secretaris en de voorzitter van de vereniging ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
    3. Artikel 31, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

    Boekhouding

    Artikel 33

    1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daar te alle tijde haar rechten en verplichtingen worden gekend.
    2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende de wettelijke termijn.

    Rekening en verantwoording

    Artikel 34

    1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van baten en lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
    2. Artikel 31, tweede lid, en artikel 32, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
    3. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot decharge voor al hetgeen daaruit blijkt.
    4. Artikel 33, tweede lid, is van toepassing.

    Kascommissie

    Artikel 35

    1. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van ten minste twee (2) leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten minste twee (2) plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis vervangen. Indien beide leden bij ontstentenis moeten worden vervangen, benoemd de Algemene Vergadering een nieuwe kascommissie. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier (4) jaar zitting hebben.
    2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
    3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
    4. Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
    5. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.

    De Algemene Vergadering

    Artikel 36

    1. Aan de Algemene Vergadering komen in de verenging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
    2. Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk vijf (5) maanden na afloop van het voorgaande verenigingsjaar, een Algemene Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene Vergadering komen in ieder geval aan de orde:
    3. het jaarverslag, bedoeld in artikel 32;
    4. de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 34;
    5. het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 35;
    6. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar;
    7. de begroting, bedoeld in artikel 31, tenzij deze al is vastgesteld;
    8. de voorziening in bestuursvacatures.
    9. De Algemene Vergadering kan in de in het tweede lid genoemde termijn verlengen van vijf (5) tot zes (6) maanden. Na afloop van de termijn kan ieder lid in rechte van het bestuur vorderen dat het deze verplichting nakomt.
    10. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of ten minste één/tiende (1/10e) deel van de stemgerechtigde leden dat schriftelijk verzoekt. Omvat echter dit één/tiende deel meer dan vijftien (15) leden, dan volstaat een verzoek van vijftien (15) stemgerechtigde leden. Bij het verzoek worden onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven.
    11. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van ten minste zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld, worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering vermeld, indien zij ten minste zes (6) weken voor die Algemene Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur ten minste drie (3) weken voor de Algemene Vergadering aan de leden toegezonden.

    Bijeenroeping

    Artikel 37

    1. De Algemene Vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur.
    2. De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten minste vier (4) weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda.
    3. De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.
    4. Indien ingevolge artikel 36, vierde lid, op verzoek van een aantal leden een Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering bijeen te roepen op een termijn van niet langer dan vier (4) weken na indiening van het verzoek. Indien aan het genoemde verzoek door het bestuur geen gevolg wordt gegeven binnen twee (2) weken na ontvangst van het verzoek, kunnen verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in een Nederlands kynologisch tijdschrift, waarin alle officiële mededelingen van de Raad van Beheer worden gepubliceerd.

    Toegang en stemrecht

    Artikel 38

    1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, hebben toegang tot de Algemene Vergaderingen en stemrecht, behoudens het bepaalde in artikel 15 vierde en zesde lid. Donateurs hebben toegang tot de Algemene Vergadering doch geen stemrecht. Jeugdleden hebben eveneens geen stemrecht.
    2. Over toelating van andere dan in het eerste lid bedoelde personen beslist de vergadering.
    3. leder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

    Voorzitterschap en notulering

    Artikel 39

    1. Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter niet aanwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
    2. Van het verhandelde in een Algemene Vergadering worden door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris niet aanwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan.
    3. Bij toepassing van artikel 37, vierde lid laatste volzin, kan de vergadering andere dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
    4. De ontwerpnotulen worden, binnen drie (3) maanden ter kennis van de stemgerechtigde leden en jeugdleden gebracht. Zij worden in de eerstvolgende Algemene Vergadering, eventueel gewijzigd vastgesteld en door de voorzitter en secretaris ondertekend. De eventueel door de Algemene Vergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen van de vergadering, waarin tot deze wijziging werd besloten.

    Besluitvorming

    Artikel 40

    1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen worden alle besluiten van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
    2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Een blanco stem is een stem waarbij (op het desbetreffende stembiljet) geen enkele keuze is gemaakt.
    3. Alle stemmingen over aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk, tenzij geen enkel stemgerechtigd lid een schriftelijke stemming verlangt. In het laatste geval kan worden overgegaan tot mondelinge stemming. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst vindt of ten minste vijf (5) stemgerechtigde leden dat vóór de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.
    4. Indien niemand stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
    5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij één (1) der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt.
      Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
    6. Indien schriftelijke stemming over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moet plaatsvinden, kunnen deze stemmingen gecombineerd worden, mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen gehouden worden indien ten minste vijf (5) stemgerechtigde leden dat verlangen.
    7. Indien de stemmen staken over een voorstel over zaken is het voorstel verworpen.

    Stemmingen over personen

    Artikel 41

    1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, heeft een tweede (2e) stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.
    2. Heeft wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
    3. Bij de in het tweede lid bedoelde herstemming wordt telkens gestemd over personen op wie bij de voorgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één (1) persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
    4. Indien bij een stemming tussen twee (2) personen de stemmen staken, beslist het lot wie van de beiden is aangewezen of benoemd.

    Vaststelling besluitvorming

    Artikel 42

    1. Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt over de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
    2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

    Reglementen

    Artikel 43

    1. De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar deze geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.
    2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer verlangt dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.
    3. De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.

    Aansprakelijkheid

    Artikel 44

    De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook en evenmin voor enige schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke andere oorzaken dan ook.

    Statutenwijziging

    Artikel 45

    1. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering.
    2. Een voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt tegelijk met de in artikel 37 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden.
    3. Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk twee (2) weken voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. Ook de ingediende amendementen worden zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de indieningstermijn aan alle leden toegezonden.
    4. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.

    Ontbinding

    Artikel 46

    1. De vereniging kan slechts worden omgezet, een fusie aangaan of worden ontbonden door een met ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, waarin ten minste twee/derde (2/3e) van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, wordt binnen zes (6) weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. De tweede vergadering mag niet eerder dan twee weken na de eerste vergadering worden gehouden. De in lid 37 lid 2 genoemde termijn wordt in dit geval verkort tot twee (2) weken.  In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3e) van de uitgebrachte stemmen.
    2. Artikel 45, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
    3. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een andere kynologische vereniging of stichting aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. In ieder geval dient het batig saldo te worden aangewend ten behoeve van een Algemeen Nut beogende Instelling (ANBI). Ook kan de Algemene Vergadering één of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.

    Onvoorziene gevallen

    Artikel 47

    In gevallen waarin de wet, de statuten en de reglementen niet voorzien, beslist het bestuur. Over zijn beslissing legt het bestuur verantwoording aan de Algemene Vergadering af.

    Communicatie

    Artikel 48

    De vereniging maakt voor communicatie met haar leden zoveel als mogelijk gebruik van E-mail. Waar in de voorgaande artikelen gesproken wordt van ‘toezending’, dient dit gelezen te worden als ‘toezending via E-mail’. Een lid kan echter verzoeken de toezending per conventionele post te laten plaatsvinden. Voor deze toezending per post kan de Algemene Vergadering besluiten een toeslag op de contributie toe te passen.

    Slot akte

    Voor de eerste maal worden als bestuursleden benoemd:

    1.         de comparant sub 2 als voorzitter;

    2.         de comparant sub 3 als secretaris;

    3.         de comparant sub 4 als penningmeester;

    4.         de comparant sub 5 als lid;

    5.         de comparant sub 6 als  lid.

    WAARVAN AKTE is verleden te Heteren op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

    De comparanten zijn mij, notaris, bekend.

    De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen en van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen.

    Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris.